JEAN-BAPTISTE DEWIN EN JOSEPH DE COENE
een langdurige vriendschap en vruchtbaresamenwerking
De firma De Kortrijkse Kunstwerkstede Gebroeders De Coene, opgericht door Joseph en Adolphe De Coene in 1905, speelt tot de jaren 1960 een belangrijke en internationale rol in de bouw en ontwikkeling van interieurdecoratie, meubilair, bouwtechnieken en architectuur. Op de Internationale Tentoonstelling van Moderne Decoratieve en Industriële Kunsten in Parijs in 1925 stelt het bedrijf een eetkamer en een salon – Vlaamsche Moderne Woonkamer – voor, die door de internationale jury worden bekroond met de Grand Prix. De Coene krijgt hierdoor nieuwe nationale en internationale perspectieven. De Coene’s uitgebreide art-decoproductie stond, en staat nog steeds, hoog aangeschreven. In 1929, vóór de economische crisis, was het bedrijf op het hoogtepunt van zijn glorie en stelde het ongeveer 2700 werknemers te werk in zijn verschillende werkplaatsen. Hele boomstammen werden verzaagd tot planken of fineer alvorens te worden verwerkt tot meubelen die in de vorm van complete sets in showrooms werden tentoongesteld, samen met de andere voorwerpen die door het bedrijf in zijn verschillende werkplaatsen werden vervaardigd: stoffering, metaalbewerking, tapijtweverij, marmerbewerking, glasatelier, vervaardiging van verlichtingsarmaturen, enz. In het tekenatelier werden maquettes getekend, die vervolgens in het kader van samenwerkingsverbanden, met name met architecten, in serie of op maat werden vervaardigd.
Zoals we het kunnen lezen in het tijdschrift Glandifer, dat door de drukkerij van het bedrijf werd uitgegeven: “Hier is het inderdaad het geval, de eikel is een boom geworden”, en vanuit vogelperspectief lijkt de kruin van deze eik wel een heel bos!”* Dit verklaart ongetwijfeld waarom de eikel en het eikenblad zo vaak De Coene voorstellen. Joseph De Coene (1875-1950) en Jean-Baptiste Dewin waren bevriend. Het is niet bekend wanneer zij elkaar hebben ontmoet, maar het is waarschijnlijk dat zij vrienden zijn geworden aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten van Brussel, waar Joseph De Coene in 1894 lessen volgde. Samen gingen ze in 1921 naar de Verenigde Staten. De Coene ontdekte er de bloeiende triplex– industrie, een techniek waarbij drie dunne lagen hout (fineer) op elkaar worden gelijmd, die hij later in zijn fabriek ontwikkelde. Jean-Baptiste Dewin deed voor zijn projecten herhaaldelijk een beroep op de firma De Coene. Dit was bijvoorbeeld het geval voor drie villa’s in Kortrijk (1924) en voor de bouw van het huis Danckaert in Vorst (1922). Er kunnen parallellen worden getrokken tussen deze projecten en het Riez herenhuis, aangezien daar soortgelijke elementen te vinden zijn. Het hoogtepunt van deze samenwerking is ongetwijfeld het gemeentehuis van Vorst, waar De Coene instond voor de afwerking, met name van de raad- en trouwzalen.
* Glandifer, 2e nummer (juni 1927), gedrukt in De Kortrijkse Kunstwerkstede Gebroeders De Coene.
JEAN-BAPTISTE DEWIN EN JOSEPH DE COENE
een langdurige vriendschap en vruchtbaresamenwerking
De firma De Kortrijkse Kunstwerkstede Gebroeders De Coene, opgericht door Joseph en Adolphe De Coene in 1905, speelt tot de jaren 1960 een belangrijke en internationale rol in de bouw en ontwikkeling van interieurdecoratie, meubilair, bouwtechnieken en architectuur. Op de Internationale Tentoonstelling van Moderne Decoratieve en Industriële Kunsten in Parijs in 1925 stelt het bedrijf een eetkamer en een salon – Vlaamsche Moderne Woonkamer – voor, die door de internationale jury worden bekroond met de Grand Prix. De Coene krijgt hierdoor nieuwe nationale en internationale perspectieven. De Coene’s uitgebreide art-decoproductie stond, en staat nog steeds, hoog aangeschreven. In 1929, vóór de economische crisis, was het bedrijf op het hoogtepunt van zijn glorie en stelde het ongeveer 2700 werknemers te werk in zijn verschillende werkplaatsen. Hele boomstammen werden verzaagd tot planken of fineer alvorens te worden verwerkt tot meubelen die in de vorm van complete sets in showrooms werden tentoongesteld, samen met de andere voorwerpen die door het bedrijf in zijn verschillende werkplaatsen werden vervaardigd: stoffering, metaalbewerking, tapijtweverij, marmerbewerking, glasatelier, vervaardiging van verlichtingsarmaturen, enz. In het tekenatelier werden maquettes getekend, die vervolgens in het kader van samenwerkingsverbanden, met name met architecten, in serie of op maat werden vervaardigd.
Zoals we het kunnen lezen in het tijdschrift Glandifer, dat door de drukkerij van het bedrijf werd uitgegeven: “Hier is het inderdaad het geval, de eikel is een boom geworden”, en vanuit vogelperspectief lijkt de kruin van deze eik wel een heel bos!”* Dit verklaart ongetwijfeld waarom de eikel en het eikenblad zo vaak De Coene voorstellen. Joseph De Coene (1875-1950) en Jean-Baptiste Dewin waren bevriend. Het is niet bekend wanneer zij elkaar hebben ontmoet, maar het is waarschijnlijk dat zij vrienden zijn geworden aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten van Brussel, waar Joseph De Coene in 1894 lessen volgde. Samen gingen ze in 1921 naar de Verenigde Staten. De Coene ontdekte er de bloeiende triplex– industrie, een techniek waarbij drie dunne lagen hout (fineer) op elkaar worden gelijmd, die hij later in zijn fabriek ontwikkelde. Jean-Baptiste Dewin deed voor zijn projecten herhaaldelijk een beroep op de firma De Coene. Dit was bijvoorbeeld het geval voor drie villa’s in Kortrijk (1924) en voor de bouw van het huis Danckaert in Vorst (1922). Er kunnen parallellen worden getrokken tussen deze projecten en het Riez herenhuis, aangezien daar soortgelijke elementen te vinden zijn. Het hoogtepunt van deze samenwerking is ongetwijfeld het gemeentehuis van Vorst, waar De Coene instond voor de afwerking, met name van de raad- en trouwzalen.
* Glandifer, 2e nummer (juni 1927), gedrukt in De Kortrijkse Kunstwerkstede Gebroeders De Coene.
NL
2003
Werken door Marianne De Wil, gespecialiseerd in decoratieve schildertechnieken, die de schilderingenop het gelijkvloers en de eerste verdieping heeft gerealiseerd.
1992
Restauratie en verbouwingen aan het gebouw door het architectenbureau Lantin-Schoreels- Clinquart-Minden, onder leiding van de bouwheer, de heer André de Molinari.
1 AUGUSTUS 1979
CDA koopt nr. 5 van de Henri Hollevoetlaan over. Het bedrijf is nu eigenaar van het hele gebouw dat in 1927 door Joachim Riez werd opgetrokken.
11 DECEMBER 1948
Overlijden van Joachim Riez. Zijn zussen Elmyre en Denise erven het gebouw.
16 DECEMBER 1927
De gemeente verleent een tweede vergunning voor enkele kleine wijzigingen aan het oorspronkelijke project.
26 JANUARI 1927
Begin van de grondwerken op het terrein, gevolgd door de bouw van het pand op de Jubelfeestlaan 86-88 en de Henri Hollevoetlaan 1-5.
5 JANUARI 1927
Joachim Riez dient bij het gemeentebestuur van Sint-Jans-Molenbeek een aanvraag in om vier woningen te bouwen op de hoek van de Jubelfeestlaan en de Henri Hollevoetlaan. Architect Jean-Baptiste Dewin.